Klik  hier voor portretfoto in kleur
en hoge resolutie (vrij te gebruiken
met naamsvermelding fotograaf)

Ik (Gideon Samson, geboren in Den Haag in 1985) groeide op als oudste zoon en jongste kind. Net als mijn twee zussen ging ik naar een montessoribasisschool en daar kreeg ik alle vrijheid om te schrijven.

Een schrift vol. Nóg een schrift vol. En ondertussen droeg een van mijn zussen me op wélke taal- en rekenwerkjes ik zeker niet mocht vergeten. Het werkte perfect. Ik deed niet meer dan nodig was en in de overige tijd schreef ik verhaaltjes en gedichtjes. Die las ik dan achterin de klas voor en ergens rond mijn elfde levensjaar wist ik heel zeker: ik word geen brandweerman of piloot, ik word profvoetballer. En mocht dat om de een of andere reden niet gaan lukken, dan moet ik maar schrijver worden.

Dat van dat profvoetballer was bloedserieus. Elke pauze op het schoolplein rende ik achter de bal aan, na schooltijd deed ik hetzelfde op het veldje om de hoek en ondertussen trainde ik en speelde ik mijn wedstrijden bij een voetbalclub. En wie wilde er nou niet profvoetballer worden? Dat was toch het mooiste beroep van de hele wereld? Waarom zou je niet datgene doen wat je het allerleukste vindt?

Na de montessorischool ging ik weer mijn zussen achterna richting het gymnasium. Dat was leuk, maar de tijd drong. De meeste profvoetballers speelden op deze leeftijd allang bij een echte profclub, wist ik, dus het moest niet al te lang meer duren voordat Ajax of Feyenoord me benaderde. Dat gebeurde niet en naarmate de jaren verstreken, vergat ik mijn ambities. Logisch ook, want zoals dat wel meer gaat, verleg je met het ouder worden je interesses. Niet dat ik niet meer voetbalde – zeker niet – maar er waren opeens ook allerlei andere leuke dingen. Vrienden, boeken, meisjes, uitgaan. En schrijven! Als redacteur van de schoolkrant was er opeens een echt publiek voor mijn verhalen en er moeten rond die tijd zeker momenten zijn geweest dat ik serieus bedacht dat schrijven heel misschien wel leuker was dan voetballen. Of anders in elk geval net zo leuk.


Alles ging goed en halverwege de vijfde klas, ik was toen zestien jaar, kwam opeens toch nog die profclub. Of ik bij hen wilde komen voetballen. En of ik er wel eens aan gedacht had om profvoetballer te worden. Ik twijfelde geen moment en in mijn gedachten was het meteen weer het mooiste beroep van de wereld. Misschien wist ik toen al dat ik mezelf voor de gek hield (en eigenlijk veel meer in schrijven zag) maar rond die leeftijd is het erg uitzonderlijk dat er een uitgeverij naar je toe komt die vraagt of je bij hen wil komen schrijven. En of je er wel eens aan gedacht hebt om schrijver te worden.

Na een jaar bij de nieuwe voetbalclub wist ik één ding heel zeker: dit wordt het niet. Het blijft een prachtige sport, maar er is meer op de wereld. En daarbij, ik ben niet goed genoeg. Gelukkig dacht de profclub er hetzelfde over en met mijn eindexamen op zak, was ik voetbalwerkloos. Klaar om met een nieuw leven te beginnen.

Ik ging naar Amsterdam, Nederlands studeren, maar maakte de studie niet af. Ik verhuisde zeven keer, zag als pakketjesbezorger alle uithoeken van de stad en koos toen voor film- en televisiewetenschappen. Alles leek zo z'n gangetje te gaan, tot plots - halverwege de studie - die oergedachte van jaren terug weer boven kwam. Waarom zou je niet datgene doen wat je het allerleukste vindt?

Ik ging achter de computer zitten en begon te schrijven. Voor het eerst ontstond er geen kort verhaal, maar een personage dat nog lang niet uitgepraat was in een paar hoofdstukken. Ik schreef Niks zeggen!, dat werd beloond met een Vlag en Wimpel. 'Wij rekenen erop Gideon Samson terug te zien op het erepodium van de Griffelwinnaars', stond er in het bijbehorende juryrapport, en dat bleek een juiste veronderstelling.

In maart 2009 volgde mijn tweede boek Ziek, dat werd bekroond met de Zilveren Griffel. 'De messcherpe dialogen zijn opgebouwd uit korte zinnen, levensecht, onnadrukkelijk en van een grote eerlijkheid', schreef de jury (juryrapport) ditmaal. Met de bekroning werd ik de jongste winnaar van een Zilveren Griffel ooit.

Na twee boeken pikte ik mijn studie weer op, rondde die af en schreef ondertussen ook door. In september 2010 verscheen Met je hoofd boven water, dat werd voorgedragen voor de IBBY Honour List.


In november 2012 verscheen Zwarte zwaan, wederom bekroond met de Zilveren Griffel en genomineerd voor de Gouden Lijst.

Twee jaar later verscheen het Slash-boek Overspoeld, dat in samenwerking met Julius 't Hart tot stand kwam en werd bekroond met de Gouden Lijst.

Vanaf september 2013 schreef ik een jaar lang onder het pseudoniem Menno Fernandes op de Achterpagina van NRC Handelsblad de column 'De scheids'. De columns werden gebundeld en uitgegeven door uitgeverij Podium.

In mei 2016 verscheen het langverwachte boek Eilanddagen. Begin 2017 verscheen mijn eerste prentenboek, Alle dieren drijven (samen met Annemarie van Haeringen) en in januari van 2018 zal mijn nieuwe boek Zeb. in de winkels liggen.


(Ook op Wikipedia staat het een en ander aan informatie ver mij.)